De Jonge: ingrijpen nodig om kosten Wmo te beteugelen

Het abonnementstarief voor thuishulp en medische hulpmiddelen blijft de kosten van de Wmo opdrijven. In 2020 lagen de kosten nog in lijn met de ramingen van VWS, maar in 2021 kan dat wel eens anders uitpakken. Maatregelen om de kostenstijging in te perken zullen dan ook nodig zijn. Dat schrijft demissionair minister De Jonge (VWS) in een brief aan de Tweede Kamer.

De Jonge stuurt deze week de Monitor abonnementstarief Wmo 2021 naar de Kamer. Hieruit blijkt dat het vaste tarief, van nu 19 euro per maand, doet waar het voor bedoeld is. “Het abonnementstarief leidt voor veel Wmo-cliënten tot een lagere eigen bijdrage waardoor de stapeling van zorgkosten voor deze cliënten wordt beperkt”, schrijft de minister. “Bovendien is het abonnementstarief duidelijk en transparant en eenvoudig in de uitvoering.”

310 miljoen euro

De maatregel leidt daarnaast tot een toename in het gebruik van Wmo-voorzieningen. Iets waar het ministerie ook al rekening mee hield. Uit de monitor blijkt dat het abonnementstarief in 2020 zo’n 309 miljoen euro kostte. Daarin zit ongeveer 100 miljoen euro wat gemeenten niet meer krijgen doordat mensen met hogere inkomens minder betalen dan voorheen. De aanzuigende werkende van het voordelige tarief is goed voor een kostenstijging van 209 miljoen euro.

Vooralsnog lijkt er weinig aan de hand. Bij het regeerakkoord zijn de kosten voor het abonnementstarief geraamd op structureel 290 miljoen euro. Omgerekend naar het prijspeil van 2020 komt dit neer op 310 miljoen euro. Toch is het volgens minister De Jonge tijd om na te denken over maatregelen om de kostenstijging te beteugelen. Volgens de minister is het reëel om te veronderstellen dat de extra toestroom van Wmo-cliënten ook in 2021 doorwerkt. Voor dit jaar zullen de kosten dan boven de verwachtingen van VWS uitkomen. “Met de VNG worden hiertoe gezamenlijk voorstellen uitgewerkt, waarbij naar financiële en inhoudelijke maatregelen wordt gekeken”, laat de minister weten.

Splijtzwam

Het abonnementstarief is sinds de invoering een splijtzwam tussen de minister en de gemeenten. Uit de monitor blijkt ook dat het draagvlak onder gemeenten en toegangswerkers laag blijft. De gemeenten hebben steeds gewaarschuwd voor de aanzuigende werking en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) noemde het abonnementstarief een schoonmaaksubsidie voor de rijken. Steeds meer gemeenten zien op andere plekken in hun begroting tekorten staan door de Wmo. Ze worden ook niet één op één gecompenseerd voor de stijgende kosten. Van de geraamde 310 miljoen krijgen gemeenten 145 miljoen euro erbij. Voor het overige deel is in het kader van het Interbestuurlijke Programma (IBP) afgesproken dat dit gefinancierd zou worden uit het accres van het Gemeentefonds, de groei van het gemeentefonds die de groei van de rijksuitgaven volgt. De Jonge en de gemeenten zijn het op dit laatste punt nooit eens geworden.

Inkomenstoets

De gemeenten zullen dan ook blij zijn dat de minister de tijd rijp acht om in te grijpen. Veel van de lokale overheden zijn in het afgelopen jaar al op zoek gegaan naar manieren om kosten te besparen in het sociaal domein. Een aantal heeft besloten om weer een inkomenstoets in te voeren voor de maatschappelijke ondersteuning. De Jonge heeft ze al te kennen gegeven dat dit in strijd is met de wet.

De Jonge laat het besluit over maatregelen voor de Wmo formeel over aan een nieuw kabinet. Wel gaat hij hierover al met de gemeenten om de tafel. “In het bestuurlijk overleg heb ik met de VNG afgesproken dat we gezamenlijk uitwerking geven aan deze maatregelen. Een nieuw kabinet kan vervolgens op basis van de geschetste mogelijkheden een definitief besluit nemen”, schrijft hij.

Lange termijneffecten

De minister laat tot slot analyse uitvoeren van demografische en maatschappelijke effecten voor de lange termijn. “Het doel hiervan is om een gezamenlijk beeld te krijgen van de opgave in de Wmo 2015 en daarnaast te bevorderen dat VNG en Rijk gezamenlijk en proactief kunnen sturen op de fundamentele vraagstukken voor de lange termijn. Op dit moment wordt met de betrokken partijen (VWS, VNG, BZK en Financiën) een onderzoeksaanpak uitgewerkt. Het streven is om de analyse in het tweede kwartaal van 2022 op te leveren”, aldus de demissionair minister.

Bron: Skipr, Samira Ahli, 25 oktober 2021

Verder Bericht

Vorige Bericht

« terug